francis bacon

Three Studies for Figures at the Base of a Crucifixion c.1944

large
Ze zijn afstotend, weerzinwekkend en lijken uitingen van pijn en lijden te zijn, maar tegelijkertijd zijn ze fascinerend, erotisch en krachtig. Het roept vragen bij me op naar de aard en de reden van dit lijden. Het rechter paneel ziet eruit alsof de pijn wordt veroorzaakt door eigen handelen, het wezen op het middenpaneel lijkt nog te wachten op wat komen gaat, maar de extase is voor mij evident en de duidelijke erotische vormen ook. Het linker paneel lijkt afgedankt te zijn, klaar, genegeerd.

De kracht van dit werk is voor mij te vinden in de woeste expressie van de vormloze lichamen, die slechts hier en daar hun menselijkheid verraden, waarmee tegelijk de onmenselijkheid wordt benoemd. Het zijn de uitgebeelde emoties die hier worden getoond die mij nieuwsgierig maken. Hoe voelt het om dat wezen te zijn? De museale omgeving en het feit dat dit geen echte wezens, maar geschilderde doeken zijn, zorgen voor een veilige afstand tot dat wat getoond wordt, zodat ik het aandurf me in deze wereld te storten en me over te geven aan deze prachtige rauwe taal.

In de details van de achtergrond die slechts de suggestie van ruimte aangeeft en een aanzet tot meubilair, vind ik het verbluffend hoe met zo weinig zoveel wordt gezegd. Er is gevochten met materiaal en slechts dit weinige is er uit de strijd gekomen. Beschaving is niets meer dan een dun laagje, waaronder een dierlijke natuur verborgen zit. Dan zijn er de monumentale vormen zelf met hun lijkachtige kleuren waarop eveneens woest is gewerkt. Zij bezitten alleen nu en dan detail, maar dat is dan ook steevast zo goed getroffen dat je bij iedere penseelstreek wilt blijven stilstaan. De kunst is hier eens geen motor van het denken; het is integendeel begriploos en schreeuwt zijn waarheid uit naar mij als toeschouwer.

Dit werk vraagt na de aanschouwing een momentje rust; het is een louterende ervaring die me achterlaat met euforie, walging en mededogen. Ik voel geen enkele behoefte tot een interpretatie in de zin dat ik wil begrijpen wat de schilder heeft gemaakt of om zelf een verhaal te construeren. Dit is werk dat ik alleen maar hoef te ervaren door er naar te kijken en me door mijn prikkels te laten leiden: moet je dit zien! En dat! Whoa…heftig! Als niets menselijks mij vreemd is, dan zou ik ook dit moeten kunnen herkennen en ergens diep van binnen roert zich iets dat instemmend gromt. Iets dat zich met de aanschouwing van dit werk laat bezweren. Ik heb me als een vampier gevoed aan dit werk.

dapper

Een paar weken geleden was er Alpe d’Huzes en daar kwam mijn ergernis weer veelvuldig voorbij; kankerpatiënten die bevraagd werden op hun leven, hun behandeling en de wijze waarop zij dat ondergaan. Steevast wordt zo’n gesprekje afgesloten met een misplaatst applaus en het benoemen van de dapperheid van de patient en hoe ongelofelijk knap het is dat zij zich ‘zo goed houden’ in die o zo moeilijke tijd. Hoewel optimisme gedurende zo’n periode heel goed schijnt te zijn -men weet niet hoe het werkt, maar optimisten schijnen een betere kans op herstel te hebben dan pessimisten- is er van moed geen sprake en ongelofelijk knap kun je het toch ook niet noemen, dat patiënten zich blootstellen aan een behandelvorm die de enige mogelijkheid op herstel in zich draagt. Het enige dat er gevraagd wordt is een passief ondergaan van de chemotherapie en/of bestralingen. Dit is niet altijd even makkelijk, maar zeker ook geen doorlopende hel -ik spreek uit ervaring- en daarom zou ik willen vragen om op te houden met kankerpatiënten dapper te noemen. Zijn mensen die herstellen van een open-hartoperatie dapper? Mensen die besmet zijn met een HIV-virus worden nog altijd veelal met de nek aangekeken [eigen schuld, dikke bult], terwijl ik eigenlijk geen verschil zie; groepen mensen die een medicinale therapie ondergaan om in leven te blijven. Allemaal mensen die niet actief vechten voor hun leven, maar passief een behandeling ondergaan. Niet roepen dat ze dapper zijn, maar gewoon tijdens het bezoekuur langskomen voor een knuffel!

De mevrouw in deze TEDtalk begrijpt precies wat ik bedoel: