gedicht

uit mijn oude doos: 2001
mijn dof glanzende parelsnoer

een siddering trekt door mijn wezen
het is de herinnering aan een enkeling
de smaak van zweet en flessen
het zout der aarde
het gedrang van badende processielijven
en lange lila duisternis; kronkelgenoegen

ik heb in dit reizende leven
duizenden vrienden gemaakt
en zal er nog duizenden ontmoeten
ze glinsteren als parels in de stroming
van mijn ondermaanse bestaan

als de onvermijdelijke oceaan nadert
waarin ik ooit op zal gaan
zal ik mogelijk velen zijn vergeten
ondanks hun rimpelige schittering van weleer

de processie gaat weer rond; leeg
de siddering ebt weg
ik glijd voort en sleep mijn ketting mee