vondeling

Vorig jaar, nog voor de winter, had ik een kamerplant. Hij was niet gelukkig. Hangende bladeren en verkleuringen; een lelijk ding eigenlijk. Ik heb het wel geprobeerd, goede zorg, veel water, wat minder water, een knipoog en een liedje, maar het wilde gewoon niet. Slechte aardstralen ofzo; geen idee. Op een koude herfstdag in een opruimerige bui heb ik hem buiten neergezet en de vrijdag erop was ie weg. Vrijdag is vuilnisdag. Een gevoel van falen bekroop me. Dan maar geen planten meer in huis, dacht ik nog, maar de volgende lente was ik dat alweer vergeten en nu staat er weer een plantje langzaam maar zeker te verpieteren. Opnieuw hetzelfde gevoel van falen, maar ik heb nog hoop, want de laatste weken lijkt deze wat gelukkiger te worden. Vorige maand op weg naar de supermarkt zag ik hem weer, die plant van vorig jaar. In een plantenbak op straat. Blakend van gezondheid; geen geel puntje in de kruin te bekennen en bovendien samen met een grote broer op langer stammetje . Zou ie daar de hele tijd hebben gestaan? Winterhard geworden na mijn kille daad? Ik weet mij nauwelijks een houding te geven wanneer ik nu langsloop: blij en beschaamd tegelijk.
vondeling