luiheid

Ik ben te lui om zelf een blogbericht te schrijven, dus kopieer ik dit bericht van één van mijn favoriete blogs: www.visionair.nl:

cynisme komt voort uit luiheid

Waarom zijn mensen niet bereid om zich in te zetten voor goede doelen? In dit artikel betoog ik dat deze onwil voortkomt uit luiheid. Deze luiheid wordt vervolgens gerechtvaardigd door cynisme. Oftewel: men doet alsof ze redenen hebben om niets te doen, terwijl ze die in feite helemaal niet hebben. Zoals ik in een eerder artikel al zei, kunnen we ons vanaf nu de rest van het jaar bezig houden met alle problemen in de wereld. En dat zijn er nogal wat. Gelukkig leven we in een tijd waarin individuen meer invloed hebben op de wereld dan ooit tevoren. Vooral wij rijke westerlingen hebben:

– veel vrije tijd
– snelle globale communicatie en transport
– de potentie veel mensen te bereiken via het internet
– genoeg vrij te besteden geld
– de mogelijkheid om kennis te nemen, en gebruik te maken, van wetenschappelijke inzichten

Toch is het een onmiskenbare waarheid dat de meeste mensen zich niet bijzonder inspannen voor goede doelen. Onze inbreng gaat vaak niet verder dan een kleine donatie. En zelfs daar moeten hulporganisaties smeken en bedelen. Hoe komt het dat wij, ondanks al onze rijkdommen, niet bereid zijn om echt iets aan de problemen te doen? De filosoof Peter Singer vraagt zich hetzelfde af. Door middel van een pakkende analogie weet hij het probleem goed weer te geven:

Singers voorbeeld werpt deze vraag op: “Waarom zijn mensen wél bereid om te helpen wanneer het probleem dichtbij is, maar niet wanneer het probleem verder weg is?” Hierop zijn talloze antwoorden mogelijk. Singer betoogt dat het allemaal een ver-van-je-bed show is, waardoor je niet even sterk gemotiveerd raakt om te helpen. Desalniettemin hebben we wel de verplichting om te helpen, ook wanneer het probleem duizenden kilometers verderop is. Er zijn drie hoofdredenen waarom sommige problemen minder sterke reacties teweeg brengen:

– De voorrang van handelen boven nalaten; het is minder erg om niets te doen, dan om zelf iets slechts te doen. (zie bv. het trolleyprobleem)
– De voorrang van nabije gevolgen boven ver weg gelegen gevolgen; wanneer iets dicht bij huis gebeurt heeft het een grotere impact dan wanneer het ver weg gebeurt.
– De voorrang van persoonlijke verantwoordelijkheid boven groepsverantwoordelijkheid; als jij de enige bent die kan helpen, ben je eerder geneigd om actie te ondernemen dan wanneer andere mensen ook kunnen helpen. Je kan dan namelijk altijd de schuld bij de rest van de groep leggen.
(Deze drie redenen zijn onderdeel van Samuel Scheffler’s Phenomenology of Agency.)

Dit geeft ons een theorie waarom mensen niets doen, maar deze theorie zegt ons niets over de redenen die mensen zelf geven voor hun inactie. Er mist nog een belangrijke component: cynisme. Met cynisme bedoel ik hier: de gedachte dat jij als individu niets kan doen om de problemen in de wereld te verhelpen. Vaak is dit sterk gekoppeld aan de gedachte dat specifieke goede doelen niet effectief zijn. Cynisme is een manier om te rationaliseren waarom jij als moreel persoon niets doet om al die stervende kinderen te helpen, waarom je niets doet tegen de vernieling van de aarde door oliemachten, waarom je niet de straat op gaat om te protesteren tegen de overheid. Een cynische houding is lang niet altijd het gevolg van zorgvuldige overwegingen. Veel vaker zal je merken dat mensen cynisch zijn ten opzichte van een goed doel of ten opzichte van een probleem, als intern mechanisme om niet toe te hoeven geven dat ze eigenlijk gewoon te lui zijn. Mensen zijn niet bereid hun energie te investeren in het oplossen van wereldproblemen. Maar dat komt niet voort uit hun cynisme – hun cynisme komt voort uit hun luiheid. Cynisme is vaak niet meer dan een rechtvaardiging voor luiheid – een manier om niet toe te hoeven geven aan jezelf dat je in feite mensen laat sterven omdat je te lui bent om het verdrinkende kind in de vijver tot hulp te schieten.

[bron: http://www.visionair.nl]
Nieuwsgierig naar Peter Singer? Bekijk zijn TEDtalk:

apenstreken

een blogbericht gevonden op de hele fijne website: http://www.visionair.nl, een blog over wetenschap, ideeën, maatschappij en de toekomst

In onderstaande video wordt een interessant psychologisch fenomeen gedemonstreerd. Voor de lezers die dit fenomeen nog niet kennen is het interessant om eerst deze video te bekijken en daarna pas verder te gaan met het lezen van de rest van dit artikel (1m42)

Het experiment uitgevoerd in bovenstaande video was een inzending uit 2010 van de psycholoog en hoogleraar Daniel Simons voor The Best Illusion of the Year contest. Simons is een beroemd (experimenteel) psycholoog die onderzoek doet naar onder andere perceptie, geheugen en aandacht. Hij is onder meer bekend vanwege zijn onderzoek naar veranderingsblindheid. De inzending uit 2010 is een geactualiseerde versie van het beroemde experiment ‘De onzichtbare gorilla‘ die Simons samen met collega Christopher Chabris in de jaren negentig heeft uitgevoerd. Beide experimenten laten zien dat door bewuste focus op een bepaald element (selectieve aandacht of selectieve waarneming) er een vorm van blindheid kan ontstaan waardoor je minder ziet dan dat er werkelijk is. In het experiment focus je je op de bal die over en weer wordt gegooid. Door die focus op de bal zien ongeveer de helft van de mensen die het filmpje kijken, niet de gorilla die dwars door het beeld loopt. Als je later weer terugkijkt en bewust op de gorilla let, dan zie je de gorilla opeens wel. Zoals in de video wordt opgemerkt werkt het alleen als je deze video nog niet eerder hebt gezien en de gorilla daardoor ook niet verwacht. Het experiment laat duidelijk zien dat als je ergens teveel de focus oplegt, je andere (relevante) zaken over het hoofd kunt zien. Je bent er als het ware blind voor. Er zijn meer van dit soort video’s op Simons’ YouTube Kanaal te vinden.